Soorten wijn te koop

Wijnen kunnen we indelen in verschillende categorieën. Zo kunnen we wijn onderverdelen in:

  • witte, rode en rosé wijn
  • zoete, droge en halfdroge wijn
  • Stil, pétillant en mousserend

 

Stil, pétillant en mousserende wijn

Een stille wijn is een wijn zonder belletjes, een mousserende wijn een met belletjes. Pétillerend ligt daar net tussenin; de wijn parelt heel licht, en soms ziet men zelfs geen belletjes maar wordt alleen een prikkel op de tong geproefd. Hoe nu komen die belletjes – ook vaak ‘mousse’ genoemd – in de wijn? In alle gevallen duiden ze op de aanwezigheid van koolzuur.

De beste mousseren­de wijnen, zoals champagne, ontstaan doordat men op fles een tweede gisting laat plaatsvinden. Bij deze fermentatie ontstaat weer koolzuur; die blijft onder enorme druk in de wijn gevangen en geeft dan bij opening van de fles het feestelijke bruisende effect. Het procedé is veel minder eenvoudig dan het lijkt, onder meer omdat er bij de tweede gisting bezinksel ontstaat dat nader­hand op een ingenieuze maar tijdrovende manier verwijderd moet worden. Naast deze ‘méthode champenoise’ kent men nog die van het gesloten vat. Dit lijkt veel op het champagne-procedé in meer massale vorm. De enkele fles is hier vervangen door een groot vat, waar men een aanzienlijke hoeveelheid wijn voor de tweede keer laat gisten, waarna hij onder druk wordt gebotteld. In het Frans noemt men het de ‘méthode cuve close’ of de ‘métho­de Charmat’. De derde methode is de eenvoudigste: deze bestaat uit het injecteren van stille wijn met een dosis koolzuur, net als bij frisdrank. Vele eenvoudige perleetjes hebben zo hun parelende karakter gekregen.

Net als er wijnen bestaan die beter worden met belletjes, zoals champagne, komen er ook wijnen voor die lekkerder zijn als ze meer alcohol bevatten dan 15%. Een overbekend voorbeeld is sherry, een wijn die men versterkt heeft tot tenminste 18%. Port. madeira en marsala zijn nog een paar bekende wijnen die alle een extra dosis alcohol hebben ontvangen.

Rode, witte en Rose wijn

Op de hele wereld zijn zo’n tien miljoen hectaren beplant met druivenrassen die wijn leveren. Alle druiven stammen af van de ‘Vitis vinifera‘ (latijn: vitis = wingerd, vinum=wijn en ferens = dragend). De Vitis vinifera is een oeroude plant, waarvan de nako­melingen nu over de gematigde klimaatzones van de gehele wereld verbreid zijn. Er zijn talloze rassen, maar het aantal kleuren van de druif beperkt zich tot twee: blauw en wit.

Rode wijn wordt altijd van blauwe druiven gemaakt, witte wijn kan van zowel blauwe als witte druiven worden vervaardigd. Het sap is namelijk van beide soorten blank, en het zijn de schillen van de blauwe druiven die hun pigment afstaan voor de rode kleur. Als men rode wijn wil maken worden de blauwe – druiven zodra ze van het veld komen, alleen van de steeltjes ontdaan en gekneusd, waarna ze met schil en al in de gistkuipen worden gepompt. Het hangt dan verder van de soort rode wijn die men gaat maken af hoe lang men het sap met de schillen samen zal laten gisten.

Voor rosé wijn is dat maar heel kort, soms maar een halve dag. Voor witte wijnen worden de – blauwe dan wel witte – druiven zodra ze geoogst zijn geperst, waarna alleen het sap in de gistkuipen terechtkomt. Tijdens het gistingsproces wordt de in het druivesap (de most) aanwezige suiker door de gistcellen, die zich van nature op de schil van rijpe druiven bevinden, omgezet in alcohol en koolzuurgas. Hoe meer suiker de druiven bevatten, hoe hoger het alcoholgehalte van de wijn. De maximumgrens is meestal 15%, omdat de gistcellen daarna niet meer kunnen werken. Het suikergehalte in de druif hangt ten nauwste samen met hel aantal zonne-uren dat de wijnstok heeft ontvangen. In zeer zonnige stre­ken zal men daardoor in het algemeen vurige, zware wijnen produ­ceren (bijvoorbeeld Algerije), in koelere gebieden lichte, frisse wijnen (bijvoorbeeld de Moezel). De ideale omstandigheden vindt men in streken met een bijna subtropisch klimaat, waar dc winters zacht en nat zijn en zomers niet te warm noch te droog. Hiervan vormt Bordeaux een voorbeeld.

Zoete, droge en halfdroge wijn

Voor wijn is de term ‘droog’ eigenlijk minder gelukkig. Een droge wijn wil zeggen een wijn zonder zoet. Alle aanwezige suiker is dus in alcohol omgezet. Vrijwel alle rode wijn valt in de categorie ‘droog’, en ook heel wat witte. Rosé bevat dikwijls iets van zoet, maar ook hiervan bestaan voortreffelijke droge soorten (en vaak zijn dat de beste). Als een wijn in min of meerdere mate zoet bevat, betekent dit dat de gisting voortijdig werd onderbroken door koeling, toevoeging van zwavelig zuur of extra alcohol, of dat men achteraf suiker heeft toegediend, wat alleen bij goedkope wijntjes gebeurt. Deze onnatuurlijke ingreep geeft de drinker dikwijls hoofdpijn. Ook kan de most van nature veel suiker bevatten. Dit is het geval als men de druiven vóór het persen heeft laten indrogen. Men krijgt dan wijn met een hoog alcohol- en een hoog suikergehalte.

WEETJE: Uit een fles wijn van 75cl gaan ongeveer 5 glazen. Een fles wijn van 1l kan je makkelijk 6 glazen wijn halen.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *